Hoe DWDD een haas vangt…..

Januari 2016

(N)on-the-spot-2-(jun)-Herzlich-Willkommen! Het begrip cultuur barst van de betekenissen en is veranderlijk in de tijd. Het begrip journalistiek is veranderlijk in de tijd en in veel richtingen elastisch. De begrippen cultuur en journalistiek hebben een lange geschiedenis. In de ontwikkelingsgang zijn ze op een voetstuk gezet en verheven geraakt. In de oorspronkelijke betekenis gaat het bij cultuur om ontginnen en bebouwen van terrein en bij journalistiek om het informeren en voorlichten van mensen. Niets meer en niets minder. Niets hoogstaands aan. Als er één programma in het publieke bestel is waar het begrip cultuur in de breedte gedijt en waar het begrip journalistiek ontdaan is van pretenties dan is het wel bij DWDD. Als er één programma in het publieke bestel is dat bewijst dat vermaak niet begint waar ernst eindigt dan is het wel bij DWDD. Als er één programma in het publieke bestel is dat aantoont dat de scheidslijn tussen het publieke bestel en het commerciële domein flinterdun is dan is het wel bij DWDD. Ik heb respect voor het programma. Veel respect. Niet zozeer vanwege de geritualiseerde geformatteerde inhoud en ‘blije eieren’ sfeer. Ik heb respect voor de programmamakers omdat ze met een zakelijke grondhouding en met een commercieel programma uiterst succesvol in een publiek domein opereren. Jaar in, jaar uit. Ik heb het idee dat DWDD zich op geen enkele wijze op voorhand laat inperken door regels en richtlijnen. Men zoekt de grenzen van het bestel, daagt de regels uit en dwingt de toezichthouder om mee te bewegen. En dat laatste lukt ze (al zal geen toezichthouder dat erkennen). De programmamakers verkennen, ontginnen en bebouwen nieuwe terreinen. Keer op keer. Knap staaltje cultuur!
Bedenk dat achter het recente hoongelach over het faliekant mislukken van het pop-up restaurant vooraf een goedkeuring zat van het Commissariaat voor de Media. Velen hebben zich suf gelachen om de logistieke bende, het aangetaste ego van de presentator en de gortdroge haas. Ik heb mij daarentegen verwonderd over de instemming van het Commissariaat. Ik was blij verrast: het uitbaten van een restaurant en het uitgeven van een kookboek door een publieke omroep valt kennelijk onder de toegestane nevenactiviteiten. Een interessant gegeven voor mij als marketeer. Ook al is DWDD in een later stadium berispt door het Commissariaat voor de té enthousiaste promotie van het restaurant, feit is dat Van Nieuwkerk c.s. de standaard heeft verlegd. Als ik uitga van de brede definitie van cultuur waarbij vrijwel alles wat wij voortbrengen sporen van cultuur draagt, dan ruik ik kansen.

Sinds januari 2016 heeft het Commissariaat nieuwe beleidsregels voor nevenactiviteiten en publiek-private samenwerkingen opgesteld. De publieke omroepen moeten linksom of rechtsom meer geld gaan genereren. Ik ben razend benieuwd hoe de programmamakers, de politiek en de toezichthouder het spel gaan  spelen. Nog voor de DWDD-haas was geschoten waren de eerste Kamervragen al gesteld (Voorzitter, het kan toch niet zo zijn dat een publieke omroep een restaurant …. ).
De pot met goud komt niet van de STER. Met de additionele verkoop van reguliere reclamezendtijd valt geen gat in de begroting te dichten. Mocht de verkoop van onlinezendtijd onverhoopt tegenvallen dan adviseer ik de omroepen om bij boegbeeld, presentator, collega en grootverdiener Hertsenberg langs te gaan. Het consumentenprogramma Radar heeft begin januari op televisie uitgebreid verhaald over (vooral) de voors en (een beetje) over de tegens van adblockers. Op de site van Radar wordt helder uitgelegd hoe de consument zich kan vrijwaren van commerciële boodschappen. Dank je wel Antoinette! Dat het item over adblocking op televisie werd afgesloten met een promo voor het eigen programma, daar zag ik de ironie wel van in. Zoals gezegd, het begrip journalistiek is in veel richtingen elastisch.